Translate

Philomag: entretien avec Marcel Conche

Marcel Conche : « La mort ne peut plus m'enlever ma vie »

Extrait:

Dans une très belle page de votre Journal étrange, vous confiez que si la mort survenait aujourd'hui elle ne serait plus privation de vie.

Marcel Conche: Oui, les hommes vivent en moyenne jusqu'à 77 ans et les femmes jusqu'à 83 ans. J'ai aujourd'hui presque 84 ans, je suis déjà de six ans au-delà de la moyenne ! Si je mourais aujourd'hui, je ne perdrais rien. Si j'étais mort à 20 ans, j'aurais perdu presque soixante ans de vie. La mort ne peut plus m'enlever ma vie. Ma vie, je l'ai eue. Je n'appréhende pas le fait d'être mort. Epicure le dit très bien, la mort n'est rien. Il n'y a rien après la mort : je disparais, je m'évanouis, la vie s'arrête. Mais il faut distinguer la mort et le mourir, que j'appréhende. On ne sait jamais comment on va mourir, en dormant ou dans des souffrances atroces. Cela a beaucoup préoccupé Montaigne qui souhaitait mourir sans s'en apercevoir. Dans le cas où l'euthanasie soit une chose raisonnable (si j'avais perdu toutes mes capacités), pour moi, le véritable ami serait celui qui pourrait m'aider à mourir. Mais je n'ai aucun ami à qui je pourrais demander cela. Je n'ai donc pas d'ami parfait… Emile Cioran, que j'ai découvert il y a quelques jours seulement, raconte une scène se déroulant rue de l'Odéon, à Paris. Une femme de 94 ans lui confie qu'elle n'a pas peur de la mort, mais que ce qui l'ennuie le plus est l'idée de devoir quitter la rue de l'Odéon ! Cette rue, dit Cioran, ne présente pourtant aucun intérêt… Les gens n'ont pas peur de ce qui viendra après la mort. Ce qui fait peur, c'est de quitter la vie, ce à quoi l'on est le plus attaché.

Philomag (entretien) - Marcel Conche : « La mort ne peut plus m'enlever ma vie »


Marcel Conche, un des grands de la philosophie, un grand solitaire-solidaire, lit Bonjour folie; cela se passe le 13 avril 2005 chez lui; Actualité d'une sagesse tragique a été publié aux Cahiers de l'Égaré.

Dostojevski - Cioran


De superbiograaf


Een uittreksel uit het artikel van Fred Bachus, gepublicieerd in de Groene Amsterdammer op 4 sept 1996 (interview met Joseph Frank, die al 40 jaar bezig is met een biografie over Dostojevski).






Fred Bachus: U laat zien dat hij op dezelfde manier vocht met het geloof. Zat Cioran ernaast met zijn conclusie dat Dostojevski niet kòn geloven?

Joseph Frank: Weet u, na het uitkomen van deel drie, waarin Dostojevski's notities bij zijn dode Masja worden besproken, kreeg ik een zeer complimenteuze brief van Cioran. Ik heb die brief helaas niet hier, maar wat u zegt is waar. Dostojevski geloofde, maar op een existentiële manier. Aan het eind van zijn leven deed hij dat beroemde understatement: “Mijn geloof komt uit twijfel.” Hij had zeer extreme ideeën over de onmogelijkheid van zijn religieuze overtuiging; hij kende alle argumenten tegen het geloof, alle kwellingen van mensen die niet kunnen geloven, zoals Iwan Karamazov, maar zonder geloof beschouwde hij het leven als onmogelijk. Zonder notitie van de onsterfelijkheid van de ziel houdt volgens hem elke moraal op te bestaan.
(...)

't Barre land

Levensbericht Dolf Verspoor

..."Een auteur die het Frans tot zijn tweede moedertaal had gemaakt. Want na beëindiging van de middelbare school was hij naar Parijs getogen om Chinees te studeren, maar die taal kon in hem geen wortel schieten. In de Franse hoofdstad verkeerde hij in een milieu van meest buitenlandse bohémiens, onder wie ook de Nederlander Jef Last - van wie hij voor zijn vertrek een groot Chinees woordenboek had gekregen. Onder de literatoren die hij er ontmoette waren André Malraux en de toen nog onbekende Emile Cioran; het werk van de eerste zou hij ten slotte de rug toekeren, dat van de ander zou hij ten slotte omhelzen. Vanuit Nederland liet hij boeken van Multatuli, Van Schendel, Du Perron en Vestdijk komen, terwijl hij zich tegelijkertijd verdiepte in de poëzie van Rilke en Stefan George. Om den brode gaf hij af en toe les. 'In Parijs ben ik privaatleraar en help fabrieksdirecteuren, schrijvers en kleine meisjes aan een mondje duits of italiaans', schreef hij aan zijn broer Wim te Heemstede.4 Nadat hij zijn eerste vrouw had leren kennen, kwam er wat verbetering in zijn materiële situatie. De Parijse jaren laten een onbekommerde jongeman zien met een zeer groot talent voor talen, brede belangstelling voor literatuur en oog voor de verhoudingen op het schaakbord van de wereldpolitiek. In een brief uit 1938 verwijt hij Engeland uit kapitalistische overwegingen Mussolini en Hitler te gedogen als waakhonden tegen de gewraakte socialistische bewegingen in Rusland (sinds 1917) en Spanje (sinds 1936).5 Voor bijna alle schrijvers stond fascisme gelijk met de hel en het communisme met hoop. 'In de meest katholieke Duitser kun je altijd zonder veel moeite een heiden ontdekken en de meest verstokte Franse atheïst is nog veel kritischer', noteerde hij in 1940.6 Hoe verwoestend het stalinisme was, bleek uit een redevoering van André Gide die Verspoor onder ogen kreeg. Bij terugkeer uit Moskou, waar hij officieel te gast was geweest op de staatsbegrafenis van Maxim Gorki, laakte Gide de platvloerse kanten van de Sovjetliteratuur.7 Anders dacht de Chileense communist Pablo Neruda, die Stalin nog in de jaren zestig bewierookte en die Dolf, gezien zijn vertalingen in de jaren zeventig, evenzeer volgde als Gide."...

Robert Lemm
4. Brief van 31 augustus 1941.
5. Brief van 29 september 1938.
6. Brief van 2 februari 1940.
7. Dat was in 1936, waarschijnlijk in de maand juni. Ook Jef Last en André Malraux bevonden zich onder de aanwezigen.

Volledig artikel - De Maatschappij der Nederlandse Letterkunde

Vier ongemakkelijke filosofen

Ger Groot
Vier ongemakkelijke filosofen
Nietzsche, Cioran, Bataille, Derrida

Ger Groot beschrijft de verhouding tussen Nietzsche en Frankrijk aan de hand van Nietzsches persoonlijke commentaren op de Franse cultuur en zijn doorwerking in het Franse denken van de twintigste eeuw.

Friedrich Nietzsche voelde zich tegen het eind van zijn leven meer Fransman dan Duitser. In Frankrijk moest de nieuwe Europese cultuur gestalte krijgen waarvan hij de contouren schetste. Vanaf het eind van de negentiende eeuw werd Nietzsche in Frankrijk intensief gelezen en vandaag de dag is er geen land waarin zijn filosofische invloed zo groot is.

De plaats van Nietzsche in de Franse filosofie van de afgelopen eeuw concretiseert Groot door in te gaan op drie figuren die diep door hem zijn beïnvloed. De Roemeens-Franse denker Emil Cioran ontwikkelde zich van een fervent Nietzscheaan tot een sceptische tegenstander, die nooit helemaal van Nietzsche loskwam. Georges Bataille omhelsde Nietzsche zodra hij een paar woorden van hem had gelezen en ontwikkelde in samenspraak met hem een hoogst persoonlijk denken. En Jacques Derrida gebruikte Nietzsches inzichten voor een geheel nieuwe filosofie van taal en betekenis.

Bovendien legt dit boek een aantal onverwachte verbindingen bloot tussen deze denkers onderling. Zo vinden Cioran en Bataille elkaar als denkers van de nacht, Cioran en Nietzsche als theoretici van de ziekte, en Bataille en Derrida als filosofen van de erotische spreidstand van het zijn.

Extra informatie:
Ingenaaid, 541 pagina's
Verschenen: april 2003
Gewicht: 853 gram
Formaat: 221 x 141 x 35 mm

Schrijver in Frankrijk

Rudi Wester
Schrijver in Frankrijk
Ontmoetingen met Franse auteurs

De afgelopen twintig jaar heeft Rudi Wester veel grote Franse auteurs ontmoet en over nog veel meer auteurs geschreven.

In Schrijver in Frankrijk heeft Rudi Wester alle interviews die zij door de jaren heeft gemaakt verzameld en aangevuld met portretten en recensies die zij schreef. Uniek zijn de gesprekken die zij voerde met Patrick Modiano. Uniek, omdat hij zich vrijwel nooit laat interviewen, mensenschuw als hij is. Veel van de hier geïnterviewden zijn inmiddels overleden: Emile Cioran, Marguerite Duras, Francoise Giroud, Julien Green en Marguerite Yourcenar.

De ontmoeting met de filosoof Luc Ferry is interessant, aangezien hij tegenwoordig minister van Onderwijs in Frankrijk is. Van veel andere auteurs maakte Rudi Wester uitgebreide portretten, van Victor Hugo tot Simone de Beauvoir, van Jean Cocteau tot haar lievelingsschrijfster Colette. Zo trekt een veelkleurig en afwisselend literair Frans landschap aan de lezer voorbij.

Extra informatie:
Ingenaaid, 224 pagina's
Verschenen: februari 2004
Gewicht: 300 gram
Formaat: 210 x 136 x 22 mm